Voor de 11-jarige Felix uit Hengelo is deze regenachtige middag een middag als alle anderen.
Voor de 11-jarige Felix uit Hengelo is deze regenachtige middag een middag als alle anderen. Terwijl het zieke, nietsvermoedende kind samen met zijn moeder wat zit rond te staren op een terras, komt er uit het niets een netjes gesoigneerde man van middelbare leeftijd naar hun tafeltje gelopen. “Is alles naar wens?” vraagt hij vriendelijk, terwijl hij de lege glazen appelsap op een dienblaadje zet. Na het antwoord, een afwezig ‘ja hoor', loopt hij tevreden weer weg.
“Kijk, en dáárvoor heb ik dus vorig jaar mijn goedbetaalde baan opgezegd om als vrijwilliger bij stichting 'Alles naar wens' aan de slag te gaan”, vertelt de man naderhand met een glimlach van oor tot oor. “Zieke kinderen worden door hun omgeving continu als patiënt behandeld. Maar de vraag of álles naar wens is, gaat juist uit van het positieve. Het stelt een patiënt voor een diepgravende reflectie op wat hem bevalt in het leven.”
Een reflectie die ervoor zorgt dat vrijwel iedereen z'n zegeningen telt, weet de vrijwilliger uit ervaring: “Vaak zie je ze op dat moment realiseren dat alles eigenlijk wel naar wens is. Dat vertellen ze me dan ook. Dingen als 'ja', 'prima', of zelfs 'dankje'. Als ze die waardering naar het leven eenmaal hebben uitgesproken, kunnen ze er volgens mij wel weer even tegenaan.”
“En ook voor mij is het steeds weer een fantastische ervaring”, besluit de ober, die mijmerend zijn favoriete anekdote vertelt: “Laatst rondde een gezin met een ernstig ziek kind de rekening van 17,50 euro naar 20 euro af. Dat was veel meer fooi dan de gebruikelijke 10 procent. Voor mij was het een dag om nooit te vergeten.”
[newsletter]