In een poging om de formatie verder op gang te krijgen, heeft informateur Johan Remkes de leiders van de VVD, CDA en D66 uitgenodigd om deel te nemen aan een ayahuasca-ceremonie op een landgoed in Hilversum. “We zijn allemaal één.”
In een poging om de formatie verder op gang te krijgen, heeft informateur Johan Remkes de leiders van de VVD, CDA en D66 uitgenodigd om deel te nemen aan een ayahuasca-ceremonie op een landgoed in Hilversum. “We zijn allemaal één.”
“Ga maar even zitten”, zegt sjamaan Remkes, terwijl hij Rutte, Kaag en Hoekstra zonder aan te kijken binnenlaat. Hij draagt een lange ketting van haaientanden en stampt met een steen een aantal bladeren stuk. “We gaan het eens even helemaal anders doen.” Op de grond van het landgoed liggen kleedjes met grote kussens. Remkes slaat repetitief op een grote trommel. “We gaan verschillende fases door. Probeer je er langs de lijnen van de inhoud aan over te geven.”
Na het eerste drankje begint Kaag te spreken. “Ik voel heel sterk dat we allemaal onderdeel zijn van dezelfde Haagse oerkracht die we allemaal subjectief ervaren. Ik kijk van een afstand naar mijn politieke ego en het voelt ineens allemaal zo futiel.”
Mark Rutte trekt na de eerste slok wit weg. “Jongens, volgens mij gaat het niet goed, ik krijg ineens allemaal ideeën over Nederland, dit kan niet de bedoeling zijn.” Remkes legt een hand op zijn voorhoofd en spreekt hem bemoedigende woordjes toe. “Ik kan het gewoon niet aan mijn achte-”, probeert hij nog, waarna hij minutenlang onophoudelijk een gietijzeren emmer vult met braaksel.
“Eerst voelde het alsof ik stikte omdat alles zo vast zat, maar toen ik mij eraan over gaf voelde ik een enorme liefde loskomen”, zegt Hoekstra, die met gesloten ogen op de bank ligt. “Voor elkaar, en voor al het mooie beleid wat we samen konden maken. Weet je wie dit trouwens ook mooi hadden gevonden? Klaver en Ploumen. Kom, laten we ze bellen. Heeft iemand hun nummer?”
Na afloop zitten Rutte, Hoekstra en Kaag stil naast elkaar bij het kampvuur. Zonder een woord met elkaar te wisselen, weten ze: we zijn eruit.
Remkes doet zijn sjamaanketting af en staat op. “Nou, mooi. Ik ben weg. Jullie komen er zelf uit?”