“Zo grijs, die wolken, zo somber die lucht. Het is gedaan met het geluk, schat ik zo in. Vreugde, das war einmal.”
Na een dag regen in september gelooft Sjoerd niet dat hij ooit nog zal lachen in dit enige leven. “Denk dat dat er voor mij niet meer in zit”, verzucht Sjoerd terwijl hij uit het raam kijkt. “Zo grijs, die wolken, zo somber die lucht. Het is gedaan met het geluk, schat ik zo in. Vreugde, das war einmal.”
Echt rouwig is Sjoerd er misschien ook weer niet om. “Als ik deze regen zo hoor en zie geloof ik eigenlijk niet dat ik ooit echt gelukkig ben geweest, dus hoe kan je dan verdrietig zijn? Als je iets nooit echt hebt gekend kan je het ook niet verliezen.”
[newsletter]