Het was een bijzonder gezicht op kantoor: nog vóór de lunch klapte databasespecialist Ben Elker zijn laptop dicht en rende naar de uitgang.
Het was een bijzonder gezicht op kantoor: nog vóór de lunch klapte databasespecialist Ben Elker zijn laptop dicht en rende naar de uitgang. Tegen de collega's die hij onderweg tegenkwam kon hij niets anders uitbrengen dan 'ieeeeeuuuuwww' en 'ik voel me zó vies'.
Eenmaal thuis en op adem gekomen durft hij eindelijk te praten over wat hem is overkomen. Hij opent ondertussen de mailbox op zijn laptop. 'Weet je, ik dacht dat ik behoorlijk gepokt en gemazeld was als het gaat om aanhef en afsluiters in mailverkeer. 'Waarde Ben', 'Yo Ben', 'Groetjes he', 'Allerhartelijkst'... ik laat het allemaal maar over me heen komen en ben echt niet de beroerdste. Maar wat ik vandaag las...'
Bevend wijst hij op een mail van ene Patrick [een collega - red], die hij vanochtend kreeg. Er staat iets in over een nieuwe server, tot nu toe lijkt alle.... 'Kijk eens onderaan!' gilt Ben. 'Warme groet. War-me groet! Getver, wat is dat nou weer man. Waarom is die groet warm? Hoe warm je een groet op? Ik wil het niet eens weten! Zoiets stuur je toch niet en al helemaal niet naar je collega? Ik ken hem amper. Dit bericht gaat linea recta door naar HR.'
Luid mopperend duwt Elker zijn laptop weer dicht. De rest van de dag neemt hij vrij. De nieuwe server van Patrick kan wachten. 'Die steekt hij maar mooi in z'n hol. Lekker warm.'