De 50 demonstranten in Diepenheim die minister Kaag hebben opgewacht met brandende fakkels hebben vroeger waarschijnlijk te veel boeken van Roald Dahl gelezen.
De 50 demonstranten in Diepenheim die minister Kaag hebben opgewacht met brandende fakkels hebben vroeger waarschijnlijk te veel boeken van Roald Dahl gelezen. Dat concluderen literatuurwetenschappers. “De boeken van Dahl zitten vol aanstootgevend materiaal, de personages behandelen elkaar alleen in termen van wraak of bedrog”, zo stelt onderzoeker Bas de Geer. “Dat hebben die demonstranten waarschijnlijk overgenomen.”
De precieze invloed van Dahls oeuvre op deze demonstranten is nog niet geheel duidelijk, maar De Geer heeft al wel een vermoeden hoe het heeft kunnen lopen. “Die vijftig mensen die Kaag opwachtten lazen ‘De heksen’ en dachten dan: Sigrid Kaag is een heks. Die mensen lazen ‘Matilda’ en dachten: wij worden ook onderdrukt, wij zijn eigenlijk zelf ook heel bijzondere kinderen. Die mensen zagen dat Roald Dahl antisemitische dingen heeft gezegd en dachten: wij worden zelf ook antisemitisch. Ze lazen ‘De Griezels’ en dachten: leuke mensen.”
Dat Kaag nu geïntimideerd is door deze groep Roald Dahl-lezers is voor De Geer een belangrijk teken dat Dahls oeuvre zo snel mogelijk moet worden aangepast. “Mensen deden in eerste instantie lacherig over de aanpassingen in de boeken van Dahl, maar nu zie je wat er van kan komen”, zegt De Geer. “Om later erger te voorkomen, om ervoor te zorgen dat mensen die Dahls oeuvre lezen straks niet radicaliseren moet nú worden gehandeld.”