Erdogan verwijt journalisten de bouwsector niet goed genoeg te hebben gecontroleerd.
Erdogan verwijt journalisten de bouwsector niet goed genoeg te hebben gecontroleerd. “Het is de taak van de journalistiek de macht nauwlettend in de gaten te houden”, stelt de Turkse president, die in mei verkiezingen staat te wachten. “Dat hebben ze klaarblijkelijk niet goed genoeg gedaan.”
Door gesjoemel van aannemers waren veel gebouwen in het getroffen gebied niet bestand tegen aardbevingen, ondanks het bekende aardbevingsrisico. Het grootschalige instorten van gebouwen en de vele doden staan in direct verband met deze corrupte praktijken. “Waarom zijn die niet beter aan het licht gebracht?”, is de vraag die Turkse politici op het moment het meest bezig houdt.
“Onze journalisten hebben hun werk niet gedaan en moeten daarvoor boeten. Er waren genoeg regels, maar aannemers omzeilden die en handhaving ontbrak. Dat dit nu pas in de volle omvang aan het licht komt, is een grof schandaal. De ramp heeft zich al voltrokken.”
“Zelf ik heb jarenlang goede sier proberen te maken door onveilige bouwprojecten te steunen”, vertelt Erdogan. “Bouwamnestie. Waarom hebben onze journalisten de mogelijke corruptie die daarachter schuil ging niet massaal aangekaart? Dan waren er zoveel minder slachtoffers te betreuren. Het is gewoon niet goed te praten. Het is moord en onze journalisten moeten daar wat mij betreft keihard voor worden aangepakt.”
Gezien de aanstaande verkiezingen is de relatie met de pers voor Erdogan een precaire zaak. Enerzijds zijn ze veelal in dienst van massamedia van bevriende zakenlieden, anderzijds zijn vele kritische journalisten al eerder vervolgd. In ieder geval staat voor Erdogan vast dat er iets moet gebeuren. “Het is afgelopen met de hand boven het hoofd houden.”
[newsletter]