Het is een drukte van belang in het bos
Het is een drukte van belang in het bos. Vossen, konijnen en damherten buitelen over elkaar in het gemengde loof- en naaldwoud, zonder zich daarbij al te veel om de bosregels te bekommeren. Alleen Egel Bob houdt zich keurig aan alle regels en vormt daarmee een oase van rust te midden van deze vrolijke beestenbende.
“Ongelooflijk,” moppert hij in zichzelf, als de specht zijn snavel zet in een beuk die overduidelijk niet voor hem bedoeld is. “Het lijkt wel alsof niemand meer rekening meer met elkaar houdt. “Hé specht! Doe je dat ook als je thuis bent?” “Ik ben thuis!” roept de specht, en hij fladdert er vandoor. Daar heeft Egel Bob niet van terug, maar daar is het hem ook niet om te doen.
Eigenlijk zou Egel Bob zich niet zo druk moeten maken, het is immers winter. Maar Egel Bob kan de slaap niet vatten. Niet zolang hangdassen ongestraft sissen naar juffrouw Steenmarter. “Kijk, jullie mensen hebben Joost Eerdmans om daar iets van te zeggen. Wij hebben helemaal niemand. Iedereen doet hier maar wat. En dan heb je aan mij een kwaaie.”
Toch is Egel Bob zelf ook jong geweest. “Tuurlijk! Lekker gaten in de heg maken, voer opeten dat eigenlijk voor katten bedoeld is. Maar als je ouder wordt dan besef je dat regels er niet voor niets zijn. Ik had het er laatst met de Buizerd over. Hij moest toen even weg om naar de wc te gaan, maar ik had echt het gevoel dat hij me begreep.”
“Houden jullie mensen eigenlijk van regels?” vraagt Egel Bob plots. “Ja toch zeker? Hoe kunnen jullie anders uitgroeien tot de meest succesvolle soort? Zonder regels zouden jullie ook gewoon tussen de natte bladeren wonen. En jullie zouden nooit van die schitterende automobielen kunnen bouwen waar wij graag een tukje onder doen.” Wij kunnen het niet over ons mensenhart verkrijgen om Egel Bob de waarheid te vertellen, dus wij vertellen hem dat mensen verzot zijn op mensenregels. Egel Bob knort tevreden om onze ‘white lie’. “En Joost Eerdmans is de president van alle mensen,” jokken we. “Elke ochtend moeten alle mensen op appèl komen en dan ziet Joost Eerdmans erop toe dat iedereen de juiste sokken draagt.”
Langzaam maar zeker voelt Egel Bob zijn oogleden zwaarder worden. “Egel Bob, je zult wel moe zijn”, laten wij hem weten. “Alle dieren in het bos wijzen op het belang van de bosregels, dat is beslist geen kattenpis. Doe maar gerust een winterslaap hoor. Wij houden wel een oogje in het zeil.”
“Niet op het gras lopen,” mompelt hij nog, voordat hij eindelijk rust vindt. “Doen we niet”, fluisteren we hem na terwijl wij over het gras het bos verlaten. Hoe gemakkelijk viel het ons wel niet om tegen Egel Bob te liegen, peinzen wij nog na. Wat zegt dat over ons - als individuen en als soort? Het is makkelijk om laatdunkend te doen over Egel Bob, maar misschien kunnen wij wel veel leren van dit noeste, stekelige baasje. Slaap zacht, Egel Bob. Waren er maar meer egels zoals jij.
Adslot
theater boek nu
Open link