Veel ouders van nu vinden het moeilijk om hun kinderen te vertellen over de uitstervende bloemetjes en bijtjes. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Wageningen.
Veel ouders van nu vinden het moeilijk om hun kinderen te vertellen over de uitstervende bloemetjes en bijtjes. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Wageningen.
“We zien dat ouders het ‘ongemakkelijk’, ‘vreemd’, ‘raar’ en ‘een beetje eng’ vinden om met hun kinderen te spreken over het massale uitsterven van allerlei bloemen- en bijensoorten”, zegt onderzoeker dr. Maya van Best. “Uit onze resultaten blijkt dat veel mensen het soms wel willen, maar echt ook niet weten hoe ze het moeten aangaan. Daaruit komt veel ellende voort.”
Volgens Van Best is het ondanks die mogelijke gêne toch ‘ontzettend belangrijk’ het gesprek tijdig aan te gaan. “Op het internet gaan ze toch filmpjes zien van uitstervende insecten en bloemen, dan kun je ze er maar beter op voorbereiden. Je moet zien te voorkomen dat ongefilterd straks de gruwelen binnenkomen.”
Vonneke en Sofiane, ouders van Laila, geven aan echt heel veel moeite te hebben met spreken over de uitstervende flora en fauna. “Het is obsceen om het erover te hebben met een kind dat zó jong is. Waarom moet zij daar al mee worden geconfronteerd? Het is goed als kinderen op den duur weten over de uitstervende bloemen en bijen, maar Laila is nog zo verschrikkelijk jong! Moet je een twaalfjarige hier echt mee confronteren? Wij weten het niet. Het voelt een beetje alsof je dan de agenda volgt van mensen die je kind willen indoctrineren.”
Volgens onderzoeker Van Best kan je toch niet vroeg genoeg beginnen met het gesprek, met voorlichting. “Kinderen vanaf 8 jaar kunnen dat heel goed aan. Uit onderzoek blijkt zelfs dat ze met goede voorlichting op vroegere leeftijd later beter kunnen omgaan met veranderingen in het lichaam en de planeet. Je kan niet vroeg genoeg leren dat ‘nee’ zeggen tegen klimaatverandering ook echt betekent dat je ‘nee’ bedoelt.”